28 mei 2018

De kracht van aandacht

Wat werkt bij Maatjesprojecten?
Ik ben daarvoor te rade gegaan bij rapporten, dossiers en kennisbanken van Movisie. We hebben veel materiaal over vrijwillige inzet verzameld waaronder over mentor en maatjesprojecten. Ik ben mijn collega's schatplichtig wat betreft een aantal inzichten die ik u vandaag wil meegeven.

Door: Lou Repetur, Movisie

1. Participatiesamenleving en maatjesprojecten

Maatjesprojecten kregen in de jaren ‘90 vorige eeuw een flinke boost in NL. Een belangrijk impuls werd gegeven door het zo-zo-zo beleid in de vernieuwing van jeugdzorg: hulp zo vroeg, zo kort en zo nabij mogelijk. Het streven was kinderen zo veel mogelijk thuis te laten opgroeien door intensiveren van daghulp, thuishulp en -behandeling (bv Families First, Video-etc) en voorkomen van uithuisplaatsing en/of residentiële opname.

De laatste jaren is dat verder aangewakkerd door het pleidooi voor een participatiesamenleving. Van een doorgeschoten en onbetaalbaar wordende verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving waarin mensen weer meer voor zichzelf en elkaar moeten zorgen en minder afhankelijk van professionele zorg. Of zoals het 25 jaar geleden ook al bepleit werd in het christelijk-liberale kamp: van verzorgingsstaat naar zorgzame samenleving.

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning die begin 2007 werd ingevoerd stelt als maatschappelijk doel: ‘Meedoen van álle burgers aan álle facetten van de samenleving, al dan niet geholpen door vrienden, familie of bekenden. Dat is de onderlinge betrokkenheid tussen mensen.’ Maatjes en mentoringsprojecten passen uitstekend in dat gedachtegoed. Enerzijds omdat deze projecten mikken op participatie en zelfredzaamheid. Anderzijds omdat burgers zelf hun verantwoordelijkheid nemen voor de samenleving en een deel van hun tijd vrijwillig inzetten om een ander (op weg) te helpen.

In het zelfde spoor wordt ook veel gepleit voor een versterking van de (pedagogische) civil society. Vrienden, familieleden, buren en buurt of dorpsgenoten die samen betrokken zijn bij elkaar. (It takes a village to raise a child). In onze moderne samenleving is de buurt of dorp verschraald, steeds kleiner geworden. Met als gevolg dat veel kwetsbare individuen en gezinnen in een sociaal en pedagogisch isolement verkeren. We zouden meer voor elkaar moeten willen betekenen in dat opzicht. Aldus de pleitbezorgers van die (Pedagogische) Civil Society.

Duidelijk is in ieder geval dat allerlei vormen van burgerinitiatieven gericht op ondersteuning van volwassenen, jeugdigen en gezinnen, zoals vrijwilligerswerk in de vorm van maatjes- en mentorprojecten ook van overheidswege momenteel van harte worden toegejuicht.

 

2. Resultaten van maatjesprojecten

Maar wat zijn de resultaten van maatjesprojecten? Wat is de waarde/ resultaat van dat type projecten bij kinderen? Wat leert onderzoek?

Onderzoek

Het beschikbare onderzoek uit binnen- en buitenland laat zien dat met maatjesprojecten of mentorprojecten zoals ze ook wel genoemd worden concrete en waardevolle resultaten kunnen worden bereikt.

Zo hebben de Amerikaanse onderzoekers Grossman & Tierney in 1998 een grootschalig onderzoek verricht naar de effecten van het mentorproject Big Brothers Big Sisters. In een steekproef van ruim 1.100 jongeren werd de helft gekoppeld aan een mentor, het andere deel diende als controlegroep. De onderzoekers constateerden zichtbare verbeteringen bij de jongeren die werden bijgestaan door een mentor/ BBBS. Zo hadden de jongeren minder kans om alcohol of drugs te gaan gebruiken, behaalden ze hogere cijfers op school en verbeterde gedurende het programma de relatie met hun ouder of voogd.

Nu zijn de resultaten van ongeveer alle programma’s in VS indrukwekkend. Maar dat komt ook dat hun care as usual over het algemeen van een zeer laag niveau is of zelfs afwezig. De VS lijkt ook niet op onze Verzorgingsstaat en het armoedeprobleem en de sociale ongelijkheid is veel groter dan bij ons. Niet voor niets staan ze op de 23e plaats in de UNICEF rating over de wellbeing van kinderen in 29 rijke landen. En Nederland op nr 1.

Maar ook uit (vooral kwalitatief) onderzoek van Movisie (2009) blijkt dat mentoring (zoals de onderzoekers dat noemen) in Nederland op tal van terreinen een positieve invloed kan uitoefenen op de ontwikkeling van jongeren in dit geval. Daarbij is geen sprake van mirakels, maar wel van kleine successen, zoals groeiend zelfvertrouwen en de verwerving van nieuwe sociale vaardigheden die kunnen helpen om vooruit te komen in de maatschappij.  

Op 4 gebieden zagen de onderzoekers vooruitgang bij de deelnemers (jongeren en jongvolwassenen):

  1. Op de eerste plaats: sterkste effect op toename van zelfvertrouwen en vertrouwen in de toekomst door het contact met de mentor (50-60%).
  2. Op de tweede plaats toename sociale competentie: makkelijker ontmoeten van nieuwe mensen en betere relaties met leeftijdgenoten en ouders.
  3. Op de derde plaats: beter presteren op school en werk (NB meer bij mentor projecten: 1/3).
  4. En op de vierde plaats (last but not least): stimulans van de culturele ontwikkeling, verbreding van de horizon, door b.v. film, museum, sportwedstrijd bezoek, uit eten e.d.

Opvallend is dat deze effecten op vrij grote schaal zichtbaar zijn: op vrijwel alle onderzochte indicatoren verklaart tenminste een kwart van de jongeren een positief effect waar te nemen als gevolg van de mentoringrelatie.

Kortom uit onderzoek blijkt dat mentorprojecten (waaronder maatjesprojecten) in potentie een waardevolle en effectieve sociale interventie zijn. Veel mensen zetten dankzij de mentoringrelatie stappen voorwaarts.

Tegelijkertijd laat het onderzoek zien dat mentoring een serieuze zaak is, met een hoog afbreukrisico. Want mentoren worden soms geconfronteerd met serieuze sociale problematiek in de thuissituatie van de jongere, zoals huiselijk geweld, detentie van een gezinslid, schuldenproblematiek, eet- en gedragsstoornissen of (drugs)verslaving. Niet iedere vrijwilliger die zich vol goede bedoelingen aanmeldt bij een mentoring of maatjesorganisatie weet adequaat om te gaan met dit soort situaties. En een slechte mentor/maatje heeft averechts effect, zo blijkt eveneens uit onderzoek (Rhodes 2002). Dat kan ervoor zorgen dat een persoon juist verder afdwaalt van het gewenste pad. Bovendien kan het ertoe leiden dat het vertrouwen in hulpverlening of welzijnswerk definitief verloren wordt.

Zoals de positieve effecten van mentoring – in termen van maatschappelijk rendement (minder eenzaamheid, meer participatie op de arbeidsmarkt) – zich op korte termijn moeilijk laten meten, geldt ook voor mislukkingen dat er een zekere incubatietijd optreedt voordat de negatieve effecten manifest worden.

Mentoring/ maatjesprojecten zijn geen interventies die kunnen worden ingezet onder het motto ‘baat het niet dan schaadt het niet’. Het is dan ook cruciaal om zorgvuldig aandacht te besteden aan de randvoorwaarden voor een succesvolle mentor (meer een begeleider) of maatjes (meer een vriend) relatie.

 

3. Succesfactoren

Uit onderzoek zijn 5 succesfactoren te destilleren die de resultaten van dit type programma’s in sterke mate bepalen. Hoe beter die op orde zijn hoe beter de resultaten.

Ik heb ze gegroepeerd in 3 punten.

1. De kracht van aandacht voor goed mentoring of maatjesprojecten 3 succesfactoren

NB voor een deel open deuren, d.w.z. de meeste maatjesprojecten besteden hier goed aandacht aan.

Succesfactor 1: Zorg voor een hechte band tussen mentor/maatje en de persoon

Mentoring of maatjes programma’s die erop gericht zijn om mentor/maatje en deelnemer (jongeren of volwassenen) onderling een hechte band te laten ontwikkelen bovengemiddeld succesvol zijn. Een mentor of maatjes relatie waarin een hechte band ontbreekt, zet weinig zoden aan de dijk zet

Succesfactor 2: Maak een effectieve match

De matchingsprocedure vormt de eerste en meteen ook meest cruciale stap naar het opbouwen van een hechte vertrouwensband. Mentoring of maatjes organisaties gaan hierbij doorgaans zorgvuldig te werk, maar uitvoerende beroepskrachten laten zich wel hoofdzakelijk leiden door hun gevoel. Het onderzoek van Movisie reikt enkele waardevolle aanknopingspunten aan om de toevalsfactor te verkleinen.

Belangrijk is om kritisch om te gaan met de intake, de screening en de trainingsprocedure van nieuwe mentoren of maatjes. Niet iedere vrijwilliger beschikt over de benodigde intrinsieke kwaliteiten om een goede mentor/maatje te zijn voor bijvoorbeeld een risicojongere of eenzame oudere. Durf dus ook kandidaten af te wijzen.

Hetzelfde geldt voor de deelnemers (jong of oud), bij wie motivatie een basisvoorwaarde is. Alleen door vooraf zorgvuldig te selecteren kan de matchingsprocedure soepel verlopen en kunnen uitvalpercentages worden geminimaliseerd.

Succesfactor 3: Combineer en schakel tussen drie mentorstijlen

Onderzoek laat zien dat de meest effectieve vorm van begeleiding drie ankerpunten kent: vertrouwen (de ondersteunende stijl van mentor of maatje), avontuur (de actieve stijl) en toerusting (de instrumentele stijl). De kunst ligt in het toepassen van de juiste mengeling van deze drie stijlen en het stapsgewijs opbouwen van het contact.

 

4. De kracht van aandacht voor ondersteuning van de vrijwilligers

Succesfactor 4. Bied een solide ondersteuningsstructuur!

Mentoring- of maatjesorganisaties kunnen hun mentoren een waardevolle steun in de rug bieden om de effectiviteit van hun taak te verhogen. Belangrijk zijn aandacht geven en informeel contact met de vrijwilligers maar vooral ook supervisie en training on the job.

Ook blijkt uit onderzoek dat Resultaatmetingen en gesprekken daarover een belangrijke succesfactor is in de ondersteuning. Het genereert gegevens waarover gesproken kan worden en nagedacht over verbeteringen die je een volgende keer ook weer kunt evalueren etc. Een leer-spreek en verbetercyclus.

Hoewel het gaat om vrijwilligerswerk, kost het in termen van ondersteuning en begeleiding wel degelijk geld. Een effectieve aanpak vraagt dan ook om voldoende middelen voor professionele ondersteuning.

 

5. De kracht van aandacht voor de context

Succesfactor 5: Plaats mentoring of maatjes in de bredere context

Niet vergeten mag worden dat deze ondersteuning plaats kan vinden in een bredere context: mentoring of maatjesschap kan een aanvulling zijn ten opzichte van de voogd of hulpverlener, het is geen alternatief of vervanging (Rhodes 2002).  Altijd moet mentoring of maatjesschap bezien worden in de context van een eventuele bredere sociale ondersteuningsnetwerk van de persoon. De mentor of maatje kan een gat opvullen in de thuissituatie, maar ook een gat in het bredere netwerk van zorg en welzijn. Contacten met dat netwerk en familie of gezin zijn dan ook belangrijk, ook om zicht te hebben op de thuissituatie.

Het is cruciaal dat andere professionals de eigen waarde van mentoring en maatjes projecten goed onderkennen en hun ondersteuning daarop afstemmen.

Samenvattend

  • Formeer zo zorgvuldig mogelijk de mentor of maatjeskoppels, zodat de kans op een hechte band optimaal is (succesfactor 1 en 2).
  • Ondersteun de mentoren en maatjes gericht en instrueer hen verschillende stijlen van begeleiding. Waarbij een activerende stijl cruciaal is.
  • Zorg voor een lerende organisatie (succesfactor 3 en 4).
  • En zorg voor goede verbindingen met organisaties, familie en anderen die belangrijk zijn voor de deelnemers aan de maatjes of mentoringsproject. (succesfactor 5).

Wanneer rekening wordt gehouden met deze succesfactoren, kunnen deze projecten tot indrukwekkende resultaten leiden.

 

6.  Slot: Maatjesprojecten Maak u groot maar houdt het klein!

Maatjesprojecten laten zien dat aandacht kracht geeft en resultaten geeft die verder gaan dan een steuntje in de rug of even een opkikkertje voor iemand. Maatjes/ mentorprojecten zouden zich in dat verband best iets ambitieuzer mogen profileren. Ze kunnen mensen helpen belangrijke stappen in hun ontwikkeling te zetten, vooruit te zetten. Vooral voor mensen bij wie sprake is van serieuze sociale of emotionele problematiek, die zich bovendien in een kwetsbare levensfase bevinden en weinig steun hebben in de eigen directe omgeving.

Maatjesprojecten zijn een belangrijke nu te vaak een ‘missing link’ in de sociale basis infrastructuur in gemeenten, niet alleen preventief maar ook curatief (dwz ook in zorg). Ze kunnen een zeer effectieve aanvulling zijn in zowel preventieve als curatieve zorg (en dus niet vervangend) en daarmee in sterke mate bijdrage aan de effectiviteit van die hulp.

Een effectieve mentorings- of maatjesrelatie kan mensen helpen de neerwaartse spiraal te keren door weer zelfvertrouwen en een positieve blik op de toekomst te geven, door nieuwe sociale vaardigheden en omgangsvormen bij te brengen en hun leefwereld te verruimen.

Om dat te bereiken, is het nodig om continu bezig te blijven met de doorontwikkeling en verbetering van het programma.

Ik zou willen besluiten met de oproep: Maatjesprojecten in Nederland verenig U en leer van elkaar. Maar laat ook uw specifieke karakter niet verloren gaan.

Maak u groot, maar hou het ook klein. Groot door uw netwerk extern uit te breiden en meer uitwisseling te organiseren met collega projecten. Organiseer een lerend systeem met collega’s en andere relevante partijen. Dat maakt u groter en ook in potentie meer succesvol. Mits u dat uiteraard ook vertaalt in uw werkwijze en organisatie.

Maar houdt vooral ook in het oog dat het in de kern gaat om iets “kleins: de persoonlijke ontmoeting, aandacht en de steun van de ene mens aan een ander die dat nodig heeft en hem of haar kan helpen groeien. Iets kleins dat grote gevolgen kan hebben.


Delen