07 januari 2019

Cor is eenzaam, maar wil zijn kinderen er niet mee opzadelen

De eenzaamheid onder ouderen blijft toenemen. Dat blijkt uit pas gepubliceerd onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Deventenaar Cor Olthuis (72) was één van de ruim een miljoen eenzame ouderen in Nederland nadat hij 2,5 jaar geleden plotseling zijn vrouw verloor. Dankzij Deventer Huisgenoten, een vereniging die ouderen ondersteuning biedt bij eenzaamheid, heeft hij deze moeilijke periode achter zich gelaten.

„Toen ik met pensioen ging had ik het al zwaar. Een groot deel van mijn sociale contacten viel weg. Dit werd alleen maar erger toen mijn vrouw plotseling overleed. Dan werd ik in de ochtend wakker en wist niet wat ik moest doen. Op zulke momenten voelde ik me echt heel eenzaam”, vertelt Olthuis vanuit zijn relaxstoel. Hij heeft van alles geprobeerd om zich in die periode van 2,5 jaar niet eenzaam te voelen. „Ik ben jeu de boules gaan spelen en heb een jaar lang bij een koor gezongen.” Dit alles voorkwam de eenzaamheid bij hem niet. „Ik miste toen echt de goede gesprekken. Bij het koor kwam je aan, dronk je een kop koffie en ging je op je plek staan zingen. Na het optreden of repeteren ging iedereen gelijk weer naar huis, verder dan een oppervlakkig praatje kwam het eigenlijk nooit.”

Hij probeerde de eenzaamheid zelfs te bestrijden door te verhuizen naar een seniorenflat. „Ik dacht dat ik daar wel meer aanspraak zou hebben. Maar daar heb ik me flink in vergist. Verder dan de dagelijkse goedemorgen en een vriendelijk knikje kom je hier eigenlijk niet. Begrijp me niet verkeerd, er wordt hier in het gebouw genoeg georganiseerd. Maar er lopen daar zo veel mensen rond dat het altijd bij oppervlakkig contact blijft.” Als voorbeeld haalt Olthuis een bingoavond aan die met enige regelmaat wordt gehouden. „Je zit dan wel naast elkaar, maar echt contact maken doe je niet.”

Lastigvallen

Olthuis wilde zijn kinderen ook niet opzadelen met de eenzaamheid waar hij last van had. „Mijn beide kinderen wonen in Deventer maar ze hebben hun eigen leven. Mijn zoon en zijn vrouw werken allebei fulltime, dus de tijd en aandacht die ze over hebben gaat dan naar de kinderen”. Wel laat hij weten dat hij regelmatig met ze belt. „Ik bel wekelijks met mijn kinderen en zie ze ongeveer één keer per twee weken. Nu is dat voldoende, maar toen ik mij zo eenzaam voelde was dat echt te weinig.”

Toen Olthuis een artikel in de krant zag staan over Deventer Huisgenoten besloot hij erop te reageren. „Ik hoopte dat dit een kans was om echt diepgaande gesprekken te voeren.” Nadat hij een paar keer bij koffiemomenten en vergaderingen was geweest wist hij dat hij nu op zijn plek zat. „Ik had sterk het gevoel dat ik hier echt wel vrienden kon maken. Dat is iets wat ik heb gemist.”

Koffie

Sinds de ontdekking van Deventer Huisgenoten is er voor Olthuis een wereld opengegaan. „Het heeft er echt voor gezorgd dat ik me weer betrokken voel bij de maatschappij. Naast het wekelijkse bakje koffie bij één van de andere leden heb ik me nu ook opgegeven voor toneelspelen en tekenen”, vertelt hij. „De vereniging heeft ervoor gezorgd dat ik me niet meer eenzaam voel.” 

Volgens Olthuis zit de kracht van Deventer Huisgenoten in de kleine projectgroepen waarin ze samenkomen. „Alle activiteiten vinden plaats in kleine groepen van zeven tot tien mensen”. Ook worden volgens hem onderwerpen op tafel gegooid waarover gediscussieerd wordt. „Dit zorgt ervoor dat we gesprekken hebben waar je flink over moet nadenken, en dat het niet alleen over koetjes en kalfjes gaat.”

„Echte vrienden heb ik bij Deventer Huisgenoten nog niet, maar ik zie het zeker wel gebeuren”, vertelt Olthuis. „Het eenzame gevoel wat ik had, daar heb ik nu geen last meer van. Sterker nog, als het interview is afgelopen ben ik blij dat ik wat tijd voor mezelf heb. En dat zegt volgens mij wel genoeg.” 

Externe link

Klik op onderstaande link

Link


Delen