14 november 2017

Ouderen huisvesten zonder eenzaamheid

Hoe ouderen wonen, heeft effect op hun kans op eenzaamheid. Met de huidige en toekomende vergrijzing was de bijeenkomst op 7 november, over huisvesting over ouderen en eenzaamheid dan ook heel opportuun. Op de bijeenkomst deelden deskundigen en bewoners hun kennis en persoonlijke ervaringen en kwam het tot een aardige lijst van voorwaarden voor goede huisvesting in de toekomst.

Maarten Poorter, gemeenteraadslid in Amsterdam voor de PvdA en aanjager van de verkenning voor een integrale aanpak eenzaamheid, opende en sloot de bijeenkomst in een overvolle en energieke zaal in Pakhuis de Zwijger. Hij toonde zich hoopvol en nieuwsgierig naar nieuwe plannen voor huisvesting, met een zoektocht naar woonvormen die een positief effect hebben op eenzaamheid.

Stand van zaken

Age Niels Holstein, programmamanager Ouderenhuisvesting van de gemeente Amsterdam, gaf een overzicht van de stand van zaken. Hij ging in op de impact van ouder worden op de woonsituatie: fysieke beperkingen verlies van familie en vrienden en daardoor kans op sociaal isolement en vaak financiële achteruitgang. In de Amsterdamse situatie is een groot deel van de huisvoorraad niet geschikt voor verminderende mobiliteit en het maken van geschikte aanpassingen daarvoor. Verder blijken lage inkomens  percentueel vaker te komen bij ouderen en wonen zij vaak in corporatiewoningen.

Betrekken

Volgens Holstein is het belangrijk goed het verband tussen eenzaamheid en de staat van de woningen te onderzoeken en analyseren. ‘We moeten ons richten op factoren die ouderen in staat stellen zo lang en goed mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Rekening houden met behoeften van ouderen bij nieuwbouw (betrekken bij planvorming) en aanpassen van de bestaande voorraad. Maar ook aanbieden van zorg en mobiliteit. En zorgen voor bewustwording bij ouderen zelf (vooruitkijken) en professionals.’ Hij wees ook op bestaande regelingen die ouderen kunnen helpen bij het vinden van beter geschikte woningen, zoals de Hoog naar Laag-regeling.

Sociale interactie

Jannie Vinke, partner van Ana Architects, meent dat hoewel architectuur eenzaamheid niet kan voorkomen, met goede ontwerpen wel een basis gelegd kan worden om sociale interactie te stimuleren. Zij liet twee voorbeelden zien: een meergeneratiewoningenproject in Duitsland en een zelfvoorzienende gemeenschap voor ouderen van 50 tot 95 in Stockholm.

Bij de woningen in Duitsland waren bewoners al bij de planontwikkeling betrokken. ‘Daar is ook heel goed gekeken naar de overgang van publieke naar private ruimtes, zodat iedereen die daar behoefte aan heeft genoeg privacy heeft.’ In Stockholm was er een grote gemeenschappelijke ruimte en werd er aandacht besteed aan gezamenlijk eten. ‘Niet alleen met eigen bewoners, maar ook buurbewoners. Een belangrijke factor bij het creëren van sociale cohesie is gezamenlijk ergens verantwoordelijk voor zijn.’

Volgens Vinke moet ook goed worden gekeken naar de omgeving: voorzieningen, toegankelijkheid, openbaar vervoer en herenbaarheid voor ouderen die problemen hebben met hun geheugen. De relatief onbekende term ‘rollatorradius’ werd hierbij genoemd.

Vraag van onderop

Jan Latten, CBS hoofddemograaf en hoogleraar Sociale Demografie aan de UvA onderstreepte nog eens dat we er in de nabije toekomst heel veel eenzame mensen bij krijgen - waarbij mannen een hoger risico lopen dan vrouwen. Hij liet zien hoe in de jaren tachtig vooral werd gebouwd voor gezinnen, maar geen rekening werd gehouden met demografische veranderingen. Inmiddels is vijftig procent van alle huishoudens in Amsterdam een eenpersoonshuishouden. Omdat mensen ook veel ouder worden dan voorheen (een op de drie 65-jarigen wordt 90) is het belangrijk te kijken naar wat ouderen als hindernissen ervaren bij het zelfstandig wonen. Bijvoorbeeld traplopen, maar ook het zich buitenshuis verplaatsen. ‘Het is goed dat de vraag van onderop steeds sterker wordt en mensen voor zichzelf opkomen.’

Diversiteit

Krien van Stapelen, bewoner van de net opgeleverde, privaat-publiek gebouwde Akropolis toren in Amsterdam, en Hein Verkerk, bewoner van het levensloopbestendige woningcomplex de Flinck in de Pijp, spraken uit eigen ervaring. Van Stapelen erkende dat hij het heerlijk vindt met leeftijdsgenoten te wonen, maar dat het risico bestaat dat hij de band met de rest van de samenleving kwijtraakt.

Dat zal Verkerk niet gebeuren, meent hij, die de enorme culturele en demografische diversiteit schetste van de bewoners in zijn nieuwbouwproject. De gemeenschappelijkheid bleek daar niet vanzelfsprekend, ondanks een door corporatie Ymere geïnitieerd koffie-uurtje, maar een grote stroomstoring in de winter bracht de bewoners wel bij elkaar. Volgens de twee is het vooral belangrijk ouderen zelf verantwoordelijkheid te geven en zaken in eigen hand te nemen. ‘Mensen moeten zelf iets nieuws willen.’

Successen

B&W heeft besloten in te zetten op stedelijke zorghuisvesting

In Watergraafsmeer is gestart met de bouw van 12 zorgwoningen in het Ingehouszhof

Het woongebouw Pentagon heeft een lift gekregen

De Akropolistoren, voor 50plussers, is opgeleverd

Er zijn wooncoaches in alle stadsdelen

Er zijn verzorgingshuizen waarin de ontmoetingsruimtes niet alleen door de bewoners zelf maar ook buurtbewoners worden gebruikt.

Kansen

Er is nog te weinig aandacht voor ouderen bij de fase van planvorming voor woningen.

Per wijk in Amsterdam moet gekeken worden naar de woonsituatie en welke aanpassingen nodig zijn.

Dé oudere bestaat niet: ontwikkelaars en corporaties moeten rekeningen houden met diversiteit onder ouderen, met verschillende woonwensen.

Er moet een goed woonwensenonderzoek worden gedaan onder ouderen

De gemeente verkoopt veel vastgoed en moet daarbij voorrang geven aan maatschappelijke collectieven

Ouderen moeten bewust gemaakt worden van bestaande regelingen voor aanpassen van woningen of gunstige ruilregelingen

Combineer ouderenhuisvesting ook met bedrijven die betaalde arbeid aan ouderen bieden. Immers we gaan met z’n allen ook langer doorwerken.

De stad moet een groot en warm welkom bieden aan beleggers die op een sociaal verantwoordelijke manier willen investeren.

Vragen uit de zaal:

‘Uit een enquête van Ymere blijkt dat 60 procent van de ondervraagden niets weet van de regeling van hoog naar laag’

‘Ik mis de aandacht voor ontmoetingsruimtes, wat vooral voor mensen met minder inkomen een probleem is’

‘De Wet Maatschappelijke Ondersteuning wordt te zuinig toegepast als het gaat om voorzieningen voor ouderen’

‘De gemeente moet echt zaak maken van het ombouwen van woningen in de binnenstad waar binnenkort samen met stadsdeel Zuid percentueel de meeste ouderen wonen’

‘Zorg ervoor dat je samen met marktpartijen tot afspraken komt waarop ze kunnen worden afgerekend’

‘Er wordt gesproken over het belang van fijnmazig openbaar vervoer, maar de gemeente breekt juist bestaande ov-verbindingenaf’

‘In hoeverre wordt aan ouderen gevraagd hoe zij willen wonen?’

‘Hoe kunnen een compacte stad en goede toegankelijkheid samengaan?’

‘Je moet het intergenerationeel wonen stimuleren, niet het wonen in leeftijdszuilen’

‘Niet iedereen heeft zin om met met anderen samen te wonen, hoe moet je dat faciliteren?’

 

Ontwerpprincipes

  1. mensen moeten willen

  2. mobiliteit is belangrijk - openbaar vervoer en parkeerruimte voor eigen auto. Dit vraagt om integraal beleid van de gemeente.

  3. geef gelegenheid tot ontmoeten, bijvoorbeeld in een gezamenlijke tuin

  4. een ontmoeting faciliteren is niet genoeg. Verbinding ontstaat pas echt wanneer bewoners gezamenlijk ergens verantwoordelijkheid voor dragen.

  5. zorg dat mensen veilig en zo gezond mogelijk ouder kunnen worden

  6. spreek met de mensen om wie het gaat

  7. let op bereikbaarheid / toegankelijkheid

  8. denk na over combinaties met bedrijven voor betaalde arbeid in of nabij wooncomplexen en neem als gemeente particuliere initiatieven


Delen


Gerelateerde artikelen: