22 december 2017

Ouderenhuisvesting en eenzaamheid

Op maandagavond 20 november kwamen ruim vijfentwintig Amsterdammers bijeen voor het lerend netwerk Ouderenhuisvesting zonder eenzaamheid in Pakhuis de Zwijger. Het lerend netwerk is een zogenaamde ‘Community of Practice’ van wetenschap, praktijk en beleid, die verkent welke woonvormen voor ouderen eenzaamheid kunnen verminderen.

Bewoners, vrijwilligers, studenten en beleidsmakers verdiepten zich op deze eerste avond in het onderwerp op zoek naar mogelijke handreikingen voor ouderenhuisvesting met minder eenzaamheid. Het lerend netwerk is het vervolg op de druk bezochte themabijeenkomst over ouderenhuisvesting zonder eenzaamheid .

Op deze eerste avond bleek de wetenschap helaas niet vertegenwoordigd. Daarentegen waren er veel Amsterdammers aanwezig die al jaren actief zijn met het agenderen van ouderenhuisvesting, als, belangenbehartigerof vrijwilliger. Vertrekpunt voor het lerend netwerk was de opbrengst van  de thema-avond: Een reeks ontwerpprincipes die samen met het publiek tijdens geformuleerd was. Vijf thema’s werden door subgroepen uitgewerkt.

Documentaire X

Voordat iedereen aan het werk ging gaf Age Niels Holstein, programmamanager Ouderenhuisvesting van de gemeente Amsterdam, een korte introductie over de inspanningen die de gemeente verricht ter verbetering van de wooncarrières van ouderen. De cijfers van Age Niels kregen vervolgens kleur door enkele fragmenten van de documentaire ‘X’. Documentairemaker Kim Brand was aanwezig om toelichting te geven bij de fragmenten en vragen te beantwoorden. Met haar filmproject van anderhalf jaar in een voormalige Utrechts verzorgingstehuis zag ze van dichtbij hoe ouderen en jongeren samen wonen en met welke hobbels dat gepaard gaat.

Aan ieder tafel verdiepte een groep zich in een van de thema’s:

  • Zijn er stedenbouwkundige en architectonisch principes die een rol spelen in het verminderen van eenzaamheid?
  • Wat in het wonen zelf helpt tegen eenzaamheid: organisatie van bewoners (gebouw en/of buurt), afspraken over gebruik, activiteiten, evenementen?
  • Hoe weten we (evidence) dat bepaalde woonvormen – zoals woonhofjes – helpen tegen eenzaamheid?
  • Kunnen we die woonvormen in Amsterdam realiseren (kansen en bedreigingen)?

In haar de presentatie gaf de architect Jannie Vinke Zoals aan dat architectuur en stedenbouw niet een-op-een eenzaamheid kunnen voorkomen. Wel kunnen wel woonvormen realiseren die eenzaamheid minder in de hand werken. Nadat elke groep aan zijn/haar vraagstuk gewerkt had werden de kansen en uitdagingen gedeeld.

Woonvormen

Een woonvorm waar ouderen en jongeren worden samengebracht kan een positief effect hebben op eenzaamheid, wanneer er oog is voor de verschillende behoeften die bestaan onder ouderen onderling, maar ook de verschillen tussen ouderen en jongeren. Er werd gewezen op het belang van een centraal aanspreekpunt zoals een receptie, die voor veel ouderen een drempel kan wegnemen voor het vragen om hulp. Dé oudere met een eenduidige woonwens bestaat niet. Sommige ouderen willen wel en andere niet met verschillende generaties samenwonen.

Goede architectuur en stedenbouw

- verzorg vanzelfsprekende ontmoetingsplekken in en rondom het pand

- werken aan passende woonvormen vraagt ook om een verbreding van de blik waarbij het gebouw wordt ingepast in de buurt. Is de direct omgeving ook geschikt voor de doelgroep?

Samen wonen

- Het realiseren van fysieke ingrepen kan niet zonder een afspraken over hoe je met elkaar om gaat. Dit vraagt in het bijzonder bij gemengde woonvormen commitment van de bewoners. Is er overeenstemming over het gemeenschappelijke doel en welke voorwaarden worden daarbij gesteld?

Aanpassingen aan bestaande woningen

Er zou een (gemeentelijk) fonds opgericht kunnen worden van waaruit aanpassingen aan bestaande woningen betaald kunnen worden. Hierbij is het belangrijk om te onderzoeken hoe het fonds zich verhoudt tot de Wmo en de voorzieningen die vanuit de Wmo worden verzorgd.

Er kan nog meer gebruik gemaakt  worden van het labelen van (sociale huur) woningen voor speciale doelgroepen, zoals begane grond woningen voor ouderen. Age Niels Holstein geeft aan dat dergelijke afspraken reeds bestaan. In de zaal werd geopperd “is het geen mooi streven om álle begane grond woningen voor ouderen beschikbaar te maken!?”.

In de historische binnenstad kan nog meer ingezet  worden op kleine ingrepen die wél mogelijk zijn in historische panden, zoals de zogenaamde ‘tussentredens’ om steile trappen toegankelijk te houden. 

Onze ideeën over wonen

In het kader van preventie is er winst te behalen wanneer mensen meer en vroegtijdig bewust zijn van hun wooncarrière en daarop anticiperen. Men zou zich eerder moeten afvragen of de huidige woning levensbestendig is en zo niet wat de vervolgactie dan zou moeten zijn. 

Niet alleen de  woonvorm, maar ook de straten en buurten moeten levensbestendig zijn. Hoe kun je aanpassingen relatief eenvoudig realiseren en zo niet, wat dan de mogelijkheden zijn om te verhuizen in de buurt. Dan blijft je netwerk intact.

Hoe te realiseren?

Een betere uitwisseling van initiatieven onder bewoners met beleidsmakers. Goede ideeën daadwerkelijk realiseren vraagt om eigenaarschap. Zo wordt er door verschillende aanwezigen gewezen op een uitgewerkt plan voor het realiseren van een lift in twee aangrenzende panden, maar dat nooit is uitgevoerd. Het vraagt ook om ruimte om te kunnen experimenteren met nieuwe woonvormen of nieuwe type aanpassingen in woningen. Daarnaast zou het ook goed zijn om woningbouwcoöperaties te betrekken bij dit vraagstuk. Zij bezitten immers een percentage van de woningvoorraad in de stad. Zij zouden een goede partij zij om aan te schuiven in deze leerkring. 

Belangrijkste vragen

Naast de vele goede ideeën die ingebracht zijn blijft het nog zoeken naar hoe verschillende partijen elkaar kunnen ontmoeten en versterken. Welke randvoorwaarden zijn er nodig om met elkaar gecommitteerd te zijn aan een gemeenschappelijke missie?

Er blijkt tijdens de avond veel denkkracht aanwezig waarmee een eerste stip aan de horizon is gezet. Echter, er is behoefte aan meer diepgang en meer richting om tijdens vervolgbijeenkomsten vooruitgang te boeken. Welke partijen zijn hiervoor nog meer nodig aan tafel?

Een veel gehoorde vraag uit de zaal is “bij wie licht het eigenaarschap?” en in het verlengde daarvan “wie zou de initiatieven moeten financieren?”


Delen


Gerelateerde artikelen: